Dutch 3D Figures

07/03/08

Home
About D3D
What's New?
Dutch 3D Calender
Dutch 3D Figures
Dutch 3D Rules
Dutch 3D Entry
Pilots 2008
Dutch 3D Results
Final 2006 Results
Final 2007 Results
Dutch 3D Gallery
Dutch 3D Sponsors
Dutch 3D Contact
Favorites

 

The Dutch 3D Competition consists of free style flights and set maneuvers flights. The tables below lists the figures one can choose from for the round of chosen figures. 

For the Dutch 3D Experts all the maneuvers are flown and captured in a video. Just click on the figure names in the second table below to study the individual figures.

In the beginner class (Dutch 3D Sportsman) one has to fly 6 figures chosen from the Sportsman table below. One of the figures has to be a hovering maneuver. The entire flight is to be completed in 3 minutes. The Sportsman class does not have a free style flight. There will be 3 flights of set maneuvers.

The more advanced flyers have their own class (Dutch 3D Experts). They have to fly 8 figures chosen from the Experts table below. The entire flight will take place in 4 minutes. The Dutch 3D Experts also fly a Free Style flight of that will last 3 minutes. The Experts class will fly 2 rounds of set maneuvers, and 1 round of Free Style flight.

The jury will multiply the score of the figure (from 0 to 10) with the k-factor.

The figures are called by a caller. This means that the figures are named before flying the figure, and the actual figure has to take place between calling "begin" and "end". Judging will only take place between "begin" and "end".

For the Free style flights one should simply focus on amazing the audience and the jury :-)

 

You can provide feedback on the Forum on the figures, and suggest improvements or changes.

Possible figures to choose from for the Dutch 3D Sportsman class:

Nummer K Factor Figuur Beschrijving hoe het figuur gevlogen moet worden.
1 1 Hoveren Start vanuit de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte en 5 seconden hoveren boven de landingscirkel. Dalen en landen in de landingscirkel.
2 2 Voor- en achteruit vliegen Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden. Vooruit vliegen tot aan de lijn. Even zichtbaar stilhouden. 10 meter achteruit vliegen tot aan de tegenoverliggende lijn. Even zichtbaar stilhouden. Vooruit vliegen tot aan de landingscirkel, even zichtbaar stilhouden, landen in de landingscirkel. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, voor- en achteruit vliegen met de neus in vliegrichting, geen zichtbare correcties.
3 2 Zweefvlucht zijwaarts links-rechts Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden. Zijwaarts vliegen tot aan de zijlijn, stilhouden, 10 meter zijwaarts naar de tegenoverliggende zijlijn, stilhouden, terug naar de landingscirkel, stilhouden, landing in de landingscirkel. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, zijwaarts links en rechts vliegen met de staart richting de piloot, geen zichtbare correcties en alles in een rechte lijn.
4 1 Stijgen en dalen Start op de landingscirkel. Gelijkmatig opstijgen tot ca 4 m. hoogte. 5 seconden stilhouden, aansluitend gelijkmatig dalen en landen in de landingscirkel. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, geen zichtbare correcties.
5 1.5 Zijwaarts Hoveren Start het figuur met de staart naar je toe boven de landingscirkel, draai de staart een kwartslag, blijf 10 seconden hoveren en draai de staart weer terug. Criteria: Beide kwartslag draai zijn met dezelfde en een  constante snelheid uitgevoerd, de heli moet op 1 plek blijven.
6 1.5 Gevlogen cirkel  Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden, cirkel vliegen van 10m diameter, even zichtbaar stilhouden boven de landingscirkel. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, de cirkel moet rond en gelijkmatig gevlogen worden.
7 1.5 Knoop  Start op de eerste cirkel, om vlag 4 vliegen, cirkelvlucht om alle vlaggen, landen in de landingscirkel. Criteria: Starten en aanvliegen moet gelijkmatig stijgend en dalend gevlogen worden. De vlaggen ronden op gelijke hoogte.
8 1.5 Gevlogen Horizontale Acht  De helikopter beschrijft een 8 in het horizontale vlak De neus van de helikopter volgt de richting waarin de helikopter zich beweegt in de vorm van een 8. De radi van de beide cirkels moeten gelijk zijn, en het snijpunt dient recht voor de jury te zijn. Criteria: Waardering voor symmetrische ronde cirkels, met constante snelheid en op constante hoogte.
9 1.5 High hat  Start boven een van de cirkels op ooghoogte. Ca 2 m. vooruit vliegen, even zichtbaar stilhouden, opstijgen tot ca. 4m hoogte, even zichtbaar stilhouden. ca 6 m. vooruit vliegen, even zichtbaar stilhouden, dalen tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden, voorwaarts tot boven de voorste cirkel, even zichtbaar stilhouden en landen in de cirkel. Criteria: Geen correcties tijdens stijgen, dalen en voorwaartse vlucht 
10 1.5 Achterwaartse cirkel  Start boven de landingscirkel op ooghoogte. Even zichtbaar stilhouden. Achterwaartse cirkel men een radius van 5 meter om de piloot. Even zichtbaar stilhouden boven de landingscirkel en landen in de landingscirkel. Criteria: De cirkel moet op ooghoogte gevlogen worden met de staart in vluchtrichting. De piloot moet stil blijven staan.  
11 1.5 Geschoven horizontale acht  Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden. Vlucht met de neus in de richting waarmee de vlucht is begonnen in de vorm van een 8. De radius van de beide cirkels van de 8 zijn elk 5 m. Na beëindiging van de 8 even zichtbaar stilhouden boven de landingscirkel en landen. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, de neus van de heli moet in de richting blijven waarmee de vlucht is begonnen. Gehele vlucht op ooghoogte. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, de neus van de heli moet in de richting blijven waarmee de vlucht is begonnen. Gehele vlucht op ooghoogte.
12 1.5 Cirkel met de staart naar de piloot toe Start op de landingscirkel. Opstijgen naar ooghoogte, even zichtbaar stilhouden. Cirkelvlucht met een radius van 5 meter met de staart naar de piloot toe. Boven de landingscirkel even zichtbaar stilhouden en landen in landingscirkel. Criteria: De piloot moet in de cirkel staan, het figuur wordt op ooghoogte gevlogen, de staart wijst altijd naar de piloot.
13 1.5 Verticale cirkel Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden. Een verticale cirkel vliegen met een diameter van 5 meter, voorwaartse beginnend. Na beëindiging van de cirkel even stilhouden en landen. Criteria: De heli blijft horizontaal en met de neus in de windrichting. Beginnen en eindigen boven de landingscirkel.
14 2 Pirouette Start op de landingscirkel, opstijen tot ooghoogte, even stilhouden. 1 rustige (min 2. sec durende) pirouette maken. Criteria: De heli moet op 1 plek blijven, de pirouette moet 360° zijn en de pirouettesnelheid moet constant zijn.
15 2 Horizontale M piloot staat Start boven de landingscirkel op ooghoogte. Even zichtbaar stilhouden en schuin achteruit vliegen naar vlag 1. Even zichtbaar stilhouden boven vlag 1, daarna voorwaarts naar vlag 2, even zichtbaar stilhouden, zijwaarts naar vlag 3, even zichtbar stilhouden, achteruit naar vlag 4, even zichtbaar stilhouden, schuin vooruit tot boven de landingscirkel. Even zichtbaar stilhouden en landen in de landingscirkel. De piloot staat in het buitenste heli pad en verplaatst zich niet. Criteria: De heli moet altijd met de neus in vliegrichting, geen zijwaartse correcties of correcties in hoogte.
16 2.5 Pilotencirkel Start boven de landingscirkel op ooghoogte, even stilhouden. De piloot omcirkelt de heli eenmaal. Na beëindiging van de omcirkeling het model landen in de landingscirkel. Criteria: De heli moet zo rustig mogelijk en op de plaats blijven zweven. De helikopter mag ook niet om zijn as draaien. De piloot loopt met gelijkmatige passen om de heli heen, op een veilige afstand.
17 2.5 Neus-in cirkel Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden. Het model vliegt vervolgens een neus-in cirkel met een radius van 5 meter met de neus richting de piloot. Boven de landingscirkel even stilhouden en landen. Criteria: De neus richting de piloot. De piloot staat in een van de buitenste cirkels, vlucht op ooghoogte.
18 2.5 Staande driehoek met 360 graden pirouette De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. De heli start op de landingscirkel, stijgt op tot ooghoogte, even stilhouden. Vliegt dan 5 meter achteruit en stopt, stijgt 45 graden voorwaarts tot op 5 meter hoogte en stopt. De heli maakt een 360 graden pirouette links- of rechtsom en stopt. Daalt vervolgens onder een hoek van 45 graden vooruit tot ooghoogte en stopt. Vliegt vervolgens horizontaal achteruit tot boven de landingscirkel, stopt en landt. Criteria: Duidelijk zichtbare stops, stijgen en dalen moet onder 45 graden, zo gelijkmatig mogelijk pirouette op de plaats.  
19 2.5 Neus-in en staart-in De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. Start op de landingscirkel, kort zweven op ooghoogte. De eerste cirkel van de 8 wordt met de neus naar binnen gevlogen, de tweede cirkel met de staart naar binnen. Kort boven de landingscirkel zweven en dan landen. Criteria: Beide cirkels moeten even groot zijn, 5 meter. De neus en staart moeten naar het midden wijzen.
20 2 Staande rechthoek De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. Start op de landingscirkel, kort zweven op ooghoogte. 5 meter achteruit vliegen en kort stilhouden. De heli stijgt dan 4 meter verticaal omhoog en maakt tegelijkertijd een langzame 360 graden pirouette en stopt. Vervolgens vliegt het model 10 meter vooruit en stopt, daalt 2 meter, stopt en maakt een 360 graden pirouette in tegengestelde richting, en stopt. De heli daalt tot op ooghoogte en stopt, en vliegt horizontaal achteruit tot boven de landingscirkel, stopt, en landt. Criteria: Na elke richtingsverandering en pirouette kort stilhouden. Één pirouette linksom, één rechtsom. Pirouettes gelijkmatig vliegen. Bij 10m horizontaal vliegen niet stijgen of dalen.
21 2.5 2x 2-punts Flip Vanuit een zijdelingse hover 2x een volledige 2-punts flip uitvoeren (richting voor- of achterover naar keuze) tussen iedere halve flip 1 rust van minimaal 2 seconde aanhouden. Criteria: controle in de rust, de heli moet tijdens het hele figuur op 1 plek blijven.
22 2 Landingsvlucht Op ca. 30 meter hoogte in landingsrichting het wedstrijdvierkant overvliegen. Tegelijkertijd de landingsbocht inzetten en dalen. De gehele landingsvlucht moet ovaalvormig zijn. Criteria: Gelijkmatig dalen gedurende de 360'0 landingsvlucht. De heli landen in de landingscirkel, zonder deze eerst stil te houden.
23 2 Stall turn Recht aanvliegen op 10 meter hoogte boven de landingscirkel, verticaal klimmen, op het hoogste punt 180 graden draaien, verticaal duiken en het figuur beëindigen in tegengestelde richting. Criteria: Gelijke hoogte bij aanvang en beëindiging van de vlucht. Klimmen en duiken zo verticaal mogelijk en op één lijn, pas op het hoogste punt 180 graden draaien.
24 2 Looping Horizontaal aanvliegen met een aansluitende achterwaartse lus en horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Het figuur moet op gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden, de looping moet rond zijn.
25 2 Rol  Horizontaal aanvliegen, rol (links- of rechtsom), en horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Het figuur moet in het midden geplaatst zijn.
26 2.5 Zijwaartste Looping Zijwaartst (Nose- of Tail-in naar keuze) horizontaal aanvliegen en een zijwaartse looping maken, horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Het figuur moet op een gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden. De looping moet rond zijn. Er moet een zo’n constant mogelijk snelheid gevlogen worden tijdens het figuur.
27 3 Rolling stall turn Horizontaal aanvliegen, verticaal opstijgen met een halve rol. 180 graden draaien en verticaal dalen. Horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Klimmen en dalen op één lijn, exact 180 graden draaien, vlucht begint en eindigt op gelijke hoogte.
28 2.5 Vierpunts Rol Horizontaal aanvliegen, rol (links- of rechtsom) met na iedere 90 graden een duidelijke stop in de rolbeweging. Criteria: Het figuur moet in het midden geplaatst zijn, het hele figuur moet in een horizontale lijn gevlogen worden met een constante snelheid. De 4 segmenten van de rol moet van een gelijke duur zijn.
29 3 Dubbele rol  Horizontaal aanvliegen, twee rollen maken (links- of rechtsom) en horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Wanneer de eerste rol gemaakt is moet de heli precies over het midden van het zweefvierkant vliegen. De gehele figuur moet in een horizontale lijn gevlogen worden.
30 3 Looping met halve rollen De heli vliegt horizontaal, maakt een halve rol, vliegt kort zichtbaar rechtdoor en maakt vervolgens een binnenwaartse looping naar beneden. Na de looping weer zichtbaar rechtdoor vliegen en aansluitend een halve rol en horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: De halve rollen mogen links- of rechtsom gemaakt worden. Het figuur moet in het midden geplaatst worden.
31 3 Pull back Horizontaal aanvliegen, verticaal opstijgen tot stilstand. Er volgt een snelle achterwaartse vlucht (ca 10 meter), dan stopt de heli, de neus naar beneden, en volgt een verticale afdaling tot aan de hoogte waarop het figuur is begonnen, en wordt het figuur in horizontale vlucht beëindigd. Criteria: Het figuur moet in het midden geplaatst zijn . Het achteruitvliegen moet horizontaal, de figuur moet op gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden.
32 2.5 Backwards Acht De helikopter beschrijft,. achteruit vliegend, een 8 in het horizontale vlak. Criteria: De 8 moet symmetrisch zijn, met het snijpunt op de middellijn van het vlieggebeid. Het figuur moet op 1 hoogte gevlogen zijn en met een constante snelheid. De staart van de heli moet continu in de vliegrichting zijn.
33 3 Backwards loop Achteruit horizontaal aanvliegen met een aansluitende lus en achteruit vliegend horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Het figuur moet op gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden, de looping moet rond zijn.
34 3 Knife edge Begin met een licht stijgende vlucht (ongeveer 10 graden). Begin een kwart rol voor de jury, en maak een 360-graden pirouette. Draai de heli rechtop en horizontaal het figuur beeindigen. Criteria: Het midden van het figuur boven centrale lijn midden vierkant .
35 2 Stationary Flips Start het figuur met een hover voor de jury op een hoogte te kiezen door de piloot. Voer 2 complete (naar keuze voor- of achterwaartse) flips uit zonder rust. Beeindig het figuur in een hover.  Criteria: Het midden van het figuur boven centrale lijn midden vierkant. Tijdens de flips een constante rotatie-snelheid. 
36 3 Death spiral Start met een stabiele hover. Maak een 90-graden rol. Laat tijdens het dalen de heli 360 graden om de neergaande as draaien (verticaal t.o.v. de grond). Eindig het figuur ondersteboven hoverend. Criteria: Start en finish van het figuur boven centrale lijn midden vierkant.
37 3 Autorotatie Recht aanvliegen op minstens 40 meter hoogte. De motor wordt afgezet, autorotatie tot in het wedstrijdvierkant. Criteria: Na beëindiging van het figuur moet de heli nog vluchtwaardig zijn. De vlucht moet gelijkmatig verlopen.  

 

Possible figures to choose from for the Dutch 3D Experts class:

Nr. 2008 K Factor Figuur Beschrijving hoe het figuur gevlogen moet worden.
1 1 Neus-in cirkel (voor de piloot) Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden. Het model vliegt vervolgens een neus-in cirkel met een radius van 5 meter met de neus richting centrum van de cirkel. Boven de landingscirkel even stilhouden en landen. De cirkel moet rond zijn, op constante hoogte met constante snelheid.
2 1 Achterwaartse cirkel (voor de piloot) De cirkel moet rond zijn, een constante snelheid hebben en op hetzelfde punt eindigen als beginnen en geen hoogte verliezen. De cirkel moet voor de piloot plaatsvinden.
3 1 Voorwaartse rollen Op een constante voorwaartse snelheid 2 rollen maken. De helikopter moet op een constante hoogte blijven met een constante snelheid. De rollen moeten symmetrisch voor de jury plaatsvinden.
4 1 Looping Met voorwaartse snelheid een ronde looping met constante snelheid, het beginpunt moet op het zelfde punt zijn als het eindpunt. Het figuur moet recht voor de piloot beginnen en eindigen.
5 1 Stall turn Recht aanvliegen op 10 meter hoogte boven de landingscirkel, verticaal klimmen, op het hoogste punt 180 graden draaien, verticaal duiken en het figuur beëindigen in tegengestelde richting. Waardering voor gelijke hoogte bij aanvang en beëindiging van de vlucht, klimmen en duiken zo verticaal mogelijk en op één lijn, pas op het hoogste punt 180 graden draaien. Dit figuur mag ook links of rechts van de middellijn worden gevlogen zonder punten aftrek.
6 1 4 punts rol Op een constante voorwaartse snelheid een 4 punts rol maken (rechtop, zijkant, ondersteboven, zijkant, rechtop). Op de 4 posities moet de helikopter zichtbaar even stil hangen (in de rol as). De helikopter moet op een constante hoogte blijven met een constante snelheid. De rol segmenten moeten symmetrisch en exact 90 graden zijn met een duidelijke rust tussen de segmenten. De 4 punts rol moet symmetrisch voor de jury plaatsvinden.
7 1 Inverted hover De helikopter moet minimaal 8 seconden inverted hoveren boven de landingscirkel. Waardering voor positie en hoogte controle.
8 1 Twee flips Voor of achterover. De flipsnelheid moet constant zijn en de heli moet op 1 plek blijven.
9 1 Backwards 8 De helikopter beschrijft een 8 in het horizontale vlak. Het snijpunt dient voor de jury te liggen. De 8 moet symmetrisch zijn en op 1 hoogte zijn en met een constante snelheid. De hoogte moet hover hoogte zijn (1 tot 3m).
10 1.5 2 achterwaartse rollen Op constante achterwaartse snelheid 2 rollen maken, de heli moet op 1 hoogte gehouden worden. De rolsnelheid moet constant zijn.
11 1.5 Death Spiral De heli valt op zijn zijkant naar beneden. Door up of down te geven draait de heli continu in een spiraal omlaag. Doormiddel van een kwart rol in inverted hover uitkomen. De spiraal moet recht naar beneden gaan. De spiraal moet ten minste 720 graden zijn tijdens de val. De snelheid moet constant zijn, en de helikopter moet om zijn zwaartepunt draaien.
12 1.5 Knife Edge Pirouette Begin met een licht stijgende vlucht (ongeveer 20 graden). Begin een kwart rol, en maak een 400-graden pirouette. Draai de heli rechtop en horizontaal (de helikopter hangt nu ongeveer 20 graden naar beneden). Het figuur beëindigen door de helikopter weer vlak te trekken op de zelfde hoogte als waar het figuur op is begonnen. Er wordt gekeken of de snelheid en de hoogte gelijk zijn voor en na het figuur en of de pirouette 400-graden is en of het hoogte winnen en verliezen symmetrisch is.
13 1.5