The jury will multiply the score of the figure (from 0 to 10) with the
k-factor.
The figures are called by a caller. This means that the figures are named
before flying the figure, and the actual figure has to take place between
calling "begin" and "end". Judging will only take place between "begin" and
"end".
For the Free style flights one should simply focus on amazing the
audience and the jury :-)
|
Nummer |
K Factor |
Figuur |
Beschrijving hoe het figuur gevlogen moet worden. |
|
1 |
1 |
Hoveren |
Start vanuit de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte en 5 seconden
hoveren boven de landingscirkel. Dalen en landen in de landingscirkel. |
|
2 |
2 |
Voor- en achteruit vliegen |
Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar
stilhouden. Vooruit vliegen tot aan de lijn. Even zichtbaar stilhouden.
10 meter achteruit vliegen tot aan de tegenoverliggende lijn. Even
zichtbaar stilhouden. Vooruit vliegen tot aan de landingscirkel, even
zichtbaar stilhouden, landen in de landingscirkel. Criteria: Stijgen en
dalen moet gelijkmatig, voor- en achteruit vliegen met de neus in
vliegrichting, geen zichtbare correcties. |
|
3 |
2 |
Zweefvlucht zijwaarts links-rechts |
Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar
stilhouden. Zijwaarts vliegen tot aan de zijlijn, stilhouden, 10 meter
zijwaarts naar de tegenoverliggende zijlijn, stilhouden, terug naar de
landingscirkel, stilhouden, landing in de landingscirkel. Criteria:
Stijgen en dalen moet gelijkmatig, zijwaarts links en rechts vliegen met de
staart richting de piloot, geen zichtbare correcties en alles in een
rechte lijn. |
|
4 |
1 |
Stijgen en dalen |
Start op de landingscirkel. Gelijkmatig opstijgen tot ca 4 m. hoogte. 5
seconden stilhouden, aansluitend gelijkmatig dalen en landen in de
landingscirkel. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig, geen
zichtbare correcties. |
|
5 |
1.5 |
Zijwaarts Hoveren |
Start het figuur met de staart naar je toe boven de landingscirkel,
draai de staart een kwartslag, blijf 10 seconden hoveren en draai de
staart weer terug. Criteria:
Beide kwartslag draai zijn met dezelfde en een
constante snelheid uitgevoerd, de heli moet op 1 plek blijven. |
|
6 |
1.5 |
Gevlogen cirkel |
Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar
stilhouden, cirkel vliegen van 10m diameter, even zichtbaar stilhouden
boven de landingscirkel. Criteria:
Stijgen en dalen moet gelijkmatig, de cirkel moet
rond en gelijkmatig gevlogen worden. |
|
7 |
1.5 |
Knoop |
Start op de eerste cirkel, om vlag 4 vliegen, cirkelvlucht om alle
vlaggen, landen in de landingscirkel. Criteria:
Starten en aanvliegen moet gelijkmatig
stijgend en dalend gevlogen worden. De vlaggen ronden op gelijke hoogte. |
|
8 |
1.5 |
Gevlogen Horizontale Acht |
De helikopter beschrijft een 8 in het horizontale vlak De neus van de
helikopter volgt de richting waarin de helikopter zich beweegt in de
vorm van een 8. De radi van de beide cirkels moeten gelijk zijn, en het
snijpunt dient recht voor de jury te zijn.
Criteria: Waardering voor symmetrische ronde
cirkels, met constante snelheid en op constante hoogte. |
|
9 |
1.5 |
High hat |
Start boven een van de cirkels op ooghoogte. Ca 2 m. vooruit vliegen,
even zichtbaar stilhouden, opstijgen tot ca. 4m hoogte, even zichtbaar
stilhouden. ca 6 m. vooruit vliegen, even zichtbaar stilhouden, dalen
tot ooghoogte, even zichtbaar stilhouden, voorwaarts tot boven de
voorste cirkel, even zichtbaar stilhouden en landen in de cirkel.
Criteria: Geen correcties
tijdens stijgen, dalen en voorwaartse vlucht |
|
10 |
1.5 |
Achterwaartse cirkel |
Start boven de landingscirkel op ooghoogte. Even
zichtbaar stilhouden. Achterwaartse cirkel men een radius van 5 meter om
de piloot. Even zichtbaar stilhouden boven de landingscirkel en landen
in de landingscirkel. Criteria:
De cirkel moet op ooghoogte gevlogen worden met de
staart in vluchtrichting. De piloot moet stil blijven staan.
|
|
11 |
1.5 |
Geschoven horizontale acht |
Start op de landingscirkel. Opstijgen tot ooghoogte, even zichtbaar
stilhouden. Vlucht met de neus in de richting waarmee de vlucht is
begonnen in de vorm van een 8. De radius van de beide cirkels van de 8
zijn elk 5 m. Na beëindiging van de 8 even zichtbaar stilhouden boven de
landingscirkel en landen. Criteria: Stijgen en dalen moet gelijkmatig,
de neus van de heli moet in de richting blijven waarmee de vlucht is
begonnen. Gehele vlucht op ooghoogte. Criteria:
Stijgen en dalen moet gelijkmatig, de neus
van de heli moet in de richting blijven waarmee de vlucht is begonnen.
Gehele vlucht op ooghoogte. |
|
12 |
1.5 |
Cirkel met de staart naar de piloot toe |
Start op de landingscirkel. Opstijgen naar ooghoogte, even zichtbaar
stilhouden. Cirkelvlucht met een radius van 5 meter met de staart naar
de piloot toe. Boven de landingscirkel even zichtbaar stilhouden en
landen in landingscirkel. Criteria:
De piloot moet in de cirkel staan, het figuur wordt
op ooghoogte gevlogen, de staart wijst altijd naar de piloot. |
|
13 |
1.5 |
Verticale cirkel |
Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden.
Een verticale cirkel vliegen met een diameter van 5 meter, voorwaartse
beginnend. Na beëindiging van de cirkel even stilhouden en landen.
Criteria: De heli blijft
horizontaal en met de neus in de windrichting. Beginnen en eindigen
boven de landingscirkel. |
|
14 |
2 |
Pirouette |
Start op de landingscirkel, opstijen tot ooghoogte, even stilhouden. 1
rustige (min 2. sec durende) pirouette maken.
Criteria: De heli moet op 1 plek blijven, de
pirouette moet 360° zijn en de pirouettesnelheid moet constant zijn. |
|
15 |
2 |
Horizontale M piloot staat |
Start boven de landingscirkel op ooghoogte. Even zichtbaar stilhouden en
schuin achteruit vliegen naar vlag 1. Even zichtbaar stilhouden boven
vlag 1, daarna voorwaarts naar vlag 2, even zichtbaar stilhouden,
zijwaarts naar vlag 3, even zichtbar stilhouden, achteruit naar vlag 4,
even zichtbaar stilhouden, schuin vooruit tot boven de landingscirkel.
Even zichtbaar stilhouden en landen in de landingscirkel. De piloot
staat in het buitenste heli pad en verplaatst zich niet.
Criteria: De heli moet
altijd met de neus in vliegrichting, geen zijwaartse correcties of
correcties in hoogte. |
|
16 |
2.5 |
Pilotencirkel |
Start boven de landingscirkel op ooghoogte, even stilhouden. De piloot
omcirkelt de heli eenmaal. Na beëindiging van de omcirkeling het model
landen in de landingscirkel. Criteria:
De heli moet zo rustig mogelijk en op de plaats
blijven zweven. De helikopter mag ook niet om zijn as draaien. De piloot loopt met gelijkmatige passen om de heli heen,
op een veilige afstand. |
|
17 |
2.5 |
Neus-in cirkel |
Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden.
Het model vliegt vervolgens een neus-in cirkel met een radius van 5
meter met de neus richting de piloot. Boven de landingscirkel even
stilhouden en landen. Criteria:
De neus richting de piloot. De piloot staat in een
van de buitenste cirkels, vlucht op ooghoogte. |
|
18 |
2.5 |
Staande driehoek met 360 graden pirouette |
De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. De
heli start op de landingscirkel, stijgt op tot ooghoogte, even
stilhouden. Vliegt dan 5 meter achteruit en stopt, stijgt 45 graden
voorwaarts tot op 5 meter hoogte en stopt. De heli maakt een 360 graden
pirouette links- of rechtsom en stopt. Daalt vervolgens onder een hoek
van 45 graden vooruit tot ooghoogte en stopt. Vliegt vervolgens
horizontaal achteruit tot boven de landingscirkel, stopt en landt.
Criteria: Duidelijk
zichtbare stops, stijgen en dalen moet onder 45 graden, zo gelijkmatig
mogelijk pirouette op de plaats. |
|
19 |
2.5 |
Neus-in en staart-in |
De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. Start
op de landingscirkel, kort zweven op ooghoogte. De eerste cirkel van de
8 wordt met de neus naar binnen gevlogen, de tweede cirkel met de staart
naar binnen. Kort boven de landingscirkel zweven en dan landen.
Criteria: Beide cirkels
moeten even groot zijn, 5 meter. De neus en staart moeten naar het
midden wijzen. |
|
20 |
2 |
Staande rechthoek |
De piloot neemt een vaste positie in buiten het wedstrijdvierkant. Start
op de landingscirkel, kort zweven op ooghoogte. 5 meter achteruit
vliegen en kort stilhouden. De heli stijgt dan 4 meter verticaal omhoog
en maakt tegelijkertijd een langzame 360 graden pirouette en stopt.
Vervolgens vliegt het model 10 meter vooruit en stopt, daalt 2 meter,
stopt en maakt een 360 graden pirouette in tegengestelde richting, en
stopt. De heli daalt tot op ooghoogte en stopt, en vliegt horizontaal
achteruit tot boven de landingscirkel, stopt, en landt.
Criteria: Na elke
richtingsverandering en pirouette kort stilhouden. Één pirouette linksom,
één rechtsom. Pirouettes gelijkmatig vliegen. Bij 10m horizontaal
vliegen niet stijgen of dalen. |
|
21 |
2.5 |
2x 2-punts Flip |
Vanuit een zijdelingse hover 2x een volledige 2-punts flip uitvoeren
(richting voor- of achterover naar keuze) tussen iedere halve flip 1
rust van minimaal 2 seconde aanhouden. Criteria:
controle in de rust, de heli moet tijdens het hele figuur op 1 plek
blijven. |
|
22 |
2 |
Landingsvlucht |
Op ca. 30 meter hoogte in landingsrichting het wedstrijdvierkant
overvliegen. Tegelijkertijd de landingsbocht inzetten en dalen. De
gehele landingsvlucht moet ovaalvormig zijn.
Criteria: Gelijkmatig dalen gedurende de
360'0 landingsvlucht. De heli landen in de landingscirkel, zonder deze
eerst stil te houden. |
|
23 |
2 |
Stall turn |
Recht aanvliegen op 10 meter hoogte boven de landingscirkel, verticaal
klimmen, op het hoogste punt 180 graden draaien, verticaal duiken en het
figuur beëindigen in tegengestelde richting.
Criteria: Gelijke hoogte bij aanvang en
beëindiging van de vlucht. Klimmen en duiken zo verticaal mogelijk en op
één lijn, pas op het hoogste punt 180 graden draaien. |
|
24 |
2 |
Looping |
Horizontaal aanvliegen met een aansluitende achterwaartse lus en
horizontaal het figuur beëindigen. Criteria:
Het figuur moet op gelijke hoogte begonnen en
beëindigd worden, de looping moet rond zijn. |
|
25 |
2 |
Rol |
Horizontaal aanvliegen, rol (links- of rechtsom), en horizontaal het
figuur beëindigen. Criteria:
Het figuur moet in het midden geplaatst zijn. |
|
26 |
2.5 |
Zijwaartste Looping |
Zijwaartst (Nose- of Tail-in naar keuze) horizontaal aanvliegen en een
zijwaartse looping maken, horizontaal het figuur beëindigen.
Criteria: Het figuur
moet op een gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden. De looping moet
rond zijn. Er moet een zo’n constant mogelijk snelheid gevlogen worden
tijdens het figuur. |
|
27 |
3 |
Rolling stall turn |
Horizontaal aanvliegen, verticaal opstijgen met een halve rol. 180
graden draaien en verticaal dalen. Horizontaal het figuur beëindigen.
Criteria: Klimmen en
dalen op één lijn, exact 180 graden draaien, vlucht begint en eindigt op
gelijke hoogte. |
|
28 |
2.5 |
Vierpunts Rol |
Horizontaal aanvliegen, rol (links- of rechtsom) met na iedere 90 graden
een duidelijke stop in de rolbeweging. Criteria:
Het figuur moet in het midden geplaatst zijn, het hele figuur moet in
een horizontale lijn gevlogen worden met een constante snelheid. De 4
segmenten van de rol moet van een gelijke duur zijn. |
|
29 |
3 |
Dubbele rol |
Horizontaal aanvliegen, twee rollen maken (links- of rechtsom) en
horizontaal het figuur beëindigen. Criteria:
Wanneer de eerste rol gemaakt is moet de heli
precies over het midden van het zweefvierkant vliegen. De gehele figuur
moet in een horizontale lijn gevlogen worden. |
|
30 |
3 |
Looping met halve rollen |
De heli vliegt horizontaal, maakt een halve rol, vliegt kort zichtbaar
rechtdoor en maakt vervolgens een binnenwaartse looping naar beneden. Na
de looping weer zichtbaar rechtdoor vliegen en aansluitend een halve rol
en horizontaal het figuur beëindigen. Criteria:
De halve rollen mogen links- of rechtsom
gemaakt worden. Het figuur moet in het midden geplaatst worden. |
|
31 |
3 |
Pull back |
Horizontaal aanvliegen, verticaal opstijgen tot stilstand. Er volgt een
snelle achterwaartse vlucht (ca 10 meter), dan stopt de heli, de neus
naar beneden, en volgt een verticale afdaling tot aan de hoogte waarop
het figuur is begonnen, en wordt het figuur in horizontale vlucht
beëindigd. Criteria: Het
figuur moet in het midden geplaatst zijn . Het achteruitvliegen moet
horizontaal, de figuur moet op gelijke hoogte begonnen en beëindigd
worden. |
|
32 |
2.5 |
Backwards Acht |
De helikopter beschrijft,. achteruit vliegend, een 8 in het horizontale
vlak. Criteria: De 8
moet symmetrisch zijn, met het snijpunt op de middellijn van het
vlieggebeid. Het figuur moet op 1 hoogte gevlogen zijn en met een
constante snelheid. De staart van de heli moet continu in de
vliegrichting zijn. |
|
33 |
3 |
Backwards loop |
Achteruit horizontaal aanvliegen met een aansluitende lus en achteruit
vliegend horizontaal het figuur beëindigen. Criteria: Het figuur moet op
gelijke hoogte begonnen en beëindigd worden, de looping moet rond zijn. |
|
34 |
3 |
Knife edge |
Begin met een licht stijgende vlucht (ongeveer 10 graden). Begin een
kwart rol voor de jury, en maak een 360-graden pirouette. Draai de heli
rechtop en horizontaal het figuur beeindigen. Criteria: Het midden van
het figuur boven centrale lijn midden vierkant . |
|
35 |
2 |
Stationary Flips |
Start het figuur met een hover voor de jury op een hoogte te kiezen door
de piloot. Voer 2 complete (naar keuze voor- of achterwaartse) flips uit
zonder rust. Beeindig het figuur in een hover. Criteria:
Het midden van het figuur boven centrale lijn midden vierkant. Tijdens
de flips een constante rotatie-snelheid. |
|
36 |
3 |
Death spiral |
Start met een stabiele hover. Maak een 90-graden rol. Laat tijdens het
dalen de heli 360 graden om de neergaande as draaien (verticaal t.o.v.
de grond). Eindig het figuur ondersteboven hoverend. Criteria: Start en
finish van het figuur boven centrale lijn midden vierkant. |
|
37 |
3 |
Autorotatie |
Recht aanvliegen op minstens 40 meter hoogte. De motor wordt afgezet,
autorotatie tot in het wedstrijdvierkant. Criteria:
Na beëindiging van het figuur moet de heli
nog vluchtwaardig zijn. De vlucht moet gelijkmatig verlopen.
|
|
Nr. 2008 |
K Factor |
Figuur |
Beschrijving hoe het figuur gevlogen moet worden. |
|
1 |
1 |
Neus-in
cirkel (voor de piloot) |
Start op de landingscirkel, opstijgen tot ooghoogte, even stilhouden.
Het model vliegt vervolgens een neus-in cirkel met een radius van 5
meter met de neus richting centrum van de cirkel. Boven de
landingscirkel even stilhouden en landen. De cirkel moet rond zijn,
op constante hoogte met constante snelheid. |
|
2 |
1 |
Achterwaartse cirkel (voor de piloot) |
De cirkel moet rond zijn, een constante snelheid hebben en op
hetzelfde punt eindigen als beginnen en geen hoogte verliezen. De
cirkel moet voor de piloot plaatsvinden. |
|
3 |
1 |
Voorwaartse
rollen |
Op een constante voorwaartse snelheid 2 rollen maken. De helikopter
moet op een constante hoogte blijven met een constante snelheid. De
rollen moeten symmetrisch voor de jury plaatsvinden. |
|
4 |
1 |
Looping |
Met voorwaartse snelheid een ronde looping met constante snelheid,
het beginpunt moet op het zelfde punt zijn als het eindpunt. Het
figuur moet recht voor de piloot beginnen en eindigen. |
|
5 |
1 |
Stall turn |
Recht aanvliegen op 10 meter hoogte boven de landingscirkel,
verticaal klimmen, op het hoogste punt 180 graden draaien, verticaal
duiken en het figuur beëindigen in tegengestelde richting.
Waardering voor gelijke hoogte bij aanvang en beëindiging van de
vlucht, klimmen en duiken zo verticaal mogelijk en op één lijn, pas
op het hoogste punt 180 graden draaien. Dit figuur mag ook links of
rechts van de middellijn worden gevlogen zonder punten aftrek. |
|
6 |
1 |
4 punts rol |
Op een constante voorwaartse snelheid een 4 punts rol maken (rechtop,
zijkant, ondersteboven, zijkant, rechtop). Op de 4 posities moet de
helikopter zichtbaar even stil hangen (in de rol as). De helikopter
moet op een constante hoogte blijven met een constante snelheid. De
rol segmenten moeten symmetrisch en exact 90 graden zijn met een
duidelijke rust tussen de segmenten. De 4 punts rol moet symmetrisch
voor de jury plaatsvinden. |
|
7 |
1 |
Inverted
hover |
De helikopter moet minimaal 8 seconden inverted hoveren boven de
landingscirkel. Waardering voor positie en hoogte controle. |
|
8 |
1 |
Twee flips |
Voor of achterover. De flipsnelheid moet constant zijn en de heli
moet op 1 plek blijven. |
|
9 |
1 |
Backwards 8 |
De helikopter beschrijft een 8 in het horizontale vlak. Het snijpunt
dient voor de jury te liggen. De 8 moet symmetrisch zijn en op 1
hoogte zijn en met een constante snelheid. De hoogte moet hover
hoogte zijn (1 tot 3m). |
|
10 |
1.5 |
2
achterwaartse rollen |
Op constante achterwaartse snelheid 2 rollen maken, de heli moet op
1 hoogte gehouden worden. De rolsnelheid moet constant zijn. |
|
11 |
1.5 |
Death
Spiral |
De heli valt op zijn zijkant naar beneden. Door up of down te geven
draait de heli continu in een spiraal omlaag. Doormiddel van een
kwart rol in inverted hover uitkomen. De spiraal moet recht naar
beneden gaan. De spiraal moet ten minste 720 graden zijn tijdens de
val. De snelheid moet constant zijn, en de helikopter moet om zijn
zwaartepunt draaien. |
|
12 |
1.5 |
Knife Edge
Pirouette |
Begin met een licht stijgende vlucht (ongeveer 20 graden). Begin een
kwart rol, en maak een 400-graden pirouette. Draai de heli rechtop
en horizontaal (de helikopter hangt nu ongeveer 20 graden naar
beneden). Het figuur beëindigen door de helikopter weer vlak te
trekken op de zelfde hoogte als waar het figuur op is begonnen. Er
wordt gekeken of de snelheid en de hoogte gelijk zijn voor en na het
figuur en of de pirouette 400-graden is en of het hoogte winnen en
verliezen symmetrisch is. |
|
13 |
1.5 |
|